Facebook
 

Nieuwsberichten

 

Reisverslagen India

Aangezien het onmogelijk lijkt op het blogje te posten vanuit hier post mijn reisverslagen voorlopig even hier.

 

All aboard!

We zijn op weg naar Delhi in een vliegtuig vol westerse toeristen op de heenweg en Indiers op weg naar huis. Zij waren waarschijnlijk toeristen en wij worden het, maar nu, in between, zitten we in een soort niemandsland, een aluminium doos waarin het normale leven voor acht uur is uitgeschakeld. We zijn reizigers. We zijn één geheel met één richting in een paar honderd totaal verschillende levens. Eenheid in verscheidenheid. Natuurlijk is het altijd al zo, op ieder moment, alleen zien we het niet. Het leven gaat zijn gang. Het heeft geen specifieke richting, geen speciefieke bedoeling, geen specifieke kleur, en daarom kan het alle richtingen, bedoelingen en kleuren omvatten en zijn. Zo is het ook in deze cocon. Alle diversiteit die maar voorstelbaar is, kan hier aanwezig zijn. In The Holstee Manifesto staat te lezen: “Travel often. Losing your way wil help you find yourself.” Ik zou zeggen: “Losing yourself will make you find yourself.” Wanneer we onze vaste grond verliezen, als we even niet weten wie, wat, waar, en hoe, als we onszelf kwijt zijn, vinden we onszelf. Alleen door mezelf niet te kennen kan ik werkelijk mezelf zijn. Het achterlaten van mijn comfort-zones, van mijn bekende leven betekent dat ik een nieuwe wereld binnen stap. En India is daarvoor de ideale plek. Vrijwel niets is daar wat ik gewend ben en bijna niemand spreekt mijn taal. Dat is vaak heel ongemakkelijk. Reizen door India is geen vakantie maar een (vaak heftige) ervaring. Ik laat normaliteit achter, ik laat mijn leven achter en stap Leven binnen. Of liever, ik wordt wakker in wat ik altijd al was, ben en zal zijn. Om me heen zitten Helen, Douwe, Dennis, Rashida, Gabrielle, Jeroen en Hans. Wat een rijkdom om deze reis te kunnen delen met hen. We zijn allemaal zo verschillend en tegelijkertijd ondeelbaar, ononderscheidbaar, zelfloos één. Er is maar één adem, één leven, één organisme. Maar één kloppend hart. Hoe ontroerend.

 

New Delhi

Delhi is en blijft uiteindelijk ook gewoon een soort gekkenhuis. Hectisch, gedreven, luidruchtig en “in your face.” De houding hier is zo te zien scherp. Het gaat om overleven en voortuitkomen. Delhi is ambitieus en wil voorwaarts, maar voor veel mensen is het puur overleven op een plek waar de concurrentie moordend is. Taxi-chauffeurs, tuk-tuk rijders, straatverkopers en bedelaars, ze zijn allemaal schijnbaar verwikkeld in een concurrentieslag op leven en dood. Ongetwijfeld zal er ook veel onderlinge solidariteit en verbondenheid zijn, veel hulp en familie en gemeenschapszin, maar in Delhi voel ik dat minder duidelijk dan elders in India. Bovendien is het onze eerste dag hier en alles komt heftig binnen. Nu zie ik weer de gezichten voor me van twee jochies, die op de specerijenmarkt in Old Delhi aan mijn mouw hingen. Straatarm, ongelooflijk smerig, op blote voeten allebei en in lompen gekleed. We hebben ze wat geld gegeven, misschien net genoeg voor een broodje of wat rijst met dal. Ik weet dat het niet helpt. Ik weet dat het voor dat moment helpt, een beetje, misschien een beetje. Ik weet het niet. Toen ze wegliepen, teleurgesteld, zong ik in mezelf de Sho Sai Myo Kichijo Dharani. De chant die geacht wordt te beschermen en onheil af te wenden. Ik doe dat vaak hier. Helpt dat? Na de Dharani zingt de Ino in sesshin altijd: “Overal waar deze aanroep wordt uitgesproken, wordt die gehoord en in stilte beantwoord.” Ik zing hem nu nogmaals voor die twee knulletjes en voor alle bedelaars op de wereld. May their lives go well.

 

Agra

Terwijl we in een taxibusje van Delhi naar Agra reden, had ik het sterke gevoel terug te reizen in de tijd. Van wereldstad naar platte land, van airconditioned taxi-bus naar ossenkar (die hier gewoon over de snelweg voortsjokken, en niet eens alleen op de vluchtstrook). De contrasten in India zijn heftig en meestal behoorlijk ongemakkelijk voor me. We zitten nu in een prachtig hotel, heel oud, met best wat luxe en in Victoriaanse stijl. Buiten de poort leven mensen die hier tot de middenklasse behoren en die we in Nederland onder de armoedegrens zouden plaatsen. Wat dat in me oproept nu is de hernieuwde maar nog steeds schokkende realisatie hoe ongelooflijk bevoorrecht ik ben, gewoon omdat ik in Nederland geboren werd. Niet meer dan een toevalligheid!? Gewoonweg waanzinnige mazzel!? Hoe het ook zij, ik ben bevoorrecht en rijk en niet alleen materieel. Ik heb het voorrecht Helen’s partner te zijn, en de vader van Dennis, Douwe en Marthe. Het voorrecht dat ik een beoefening en een leraar heb gevonden en dat ik mijn beoefening kan delen met mensen die die mij weer gevonden hebben. En ik heb ook het voorrecht van lijden, bijvoorbeeld van een eenzame jeugd vol onveiligheid. Van ervaren te hebben wat angst is en fysieke pijn. Wat geweld is, wat machteloosheid is. Want lijden is niet het exclusieve domein van armoede in een arm land. Leven gaat onherroepelijk gepaard met lijden. En geeft het voorrecht te weten en ervaren dat ieders pijn en alle lijden, zo goed als ieders vreugde, dat ieder leven mijn leven. Ik leef en ben leven. Always maintain only a joyfull mind.

 

Varanasi 1

Ons reisgezelschap is nu compleet, nadat we Marthe hebben opgepikt in Delhi, op weg van Agra naar Varanasi. En nu in Varanasi valt me op dat er toch wel wat veranderd is de afgelopen tweeëneenhalfjaar. De weg van de luchthaven naar de stad is grotendeels vierbaans geworden en het oogt allemaal schoner en opgeruimder. De Clean India campagne lijkt te werken. Maar als we door de sloppen lopen achter de ghats is alles nog steeds van een onvoorstelbare goorheid. Varanasi de onbeschrijfelijke. Vanmorgen heb ik op het balkon van de Yogaschool waar we logeren zitten mediteren in alle vroegte. Bij zonsopkomst ontvouwt de Ganges, die op vijf meter afstand van onze voordeur stroomt, zich als een vlakke spiegel, kalm en tegelijkertijd verradelijk want de rivier stroomt nu, net na de regentijd heel snel. De ruimte van dit uitzicht in de snel toenemende hitte is verbluffend. Weids en zinderend van leven en dood. Misschien is dit wel een van de redenen waarom dit land en deze stad me zo ontroeren en inspireren, en waarom ik me hier zo opgenoemen en thuis voel. Het is zo leeg en ruim en tegelijkertijd zo vol van leven. Hier, aan de oever van de Ganges, liep en zat en sliep en at 2500 jaar geleden de Shakyamuni Boeddha. Zo direct en nu en verbonden. Hij is hier en mediteert.

 

Varanasi 2

Wie in Varanasi als westerse bezoeker onder alle omstandigheden rustig en evenwichtig kan blijven moet een hoge staat van innerlijke rust en evenwichtigheid hebben bereikt. Equanimity is een van de vier kenmerken van verlichting. En wie die evenwichtigheid kan bewaren bij een bezoek aan Varanasi vergezeld van vrouw en kinderen bereikt volkomen en volledig de hoogste verlichting. Geintje natuurlijk. Zou de Boeddha momenten hebben gehad dat hij zich ergerde aan sommige leden van de sangha? Zou hij angst, onzekerheid, frustratie en teleurstelling hebben gekend? Ongetwijfeld. Sommige sutra’s wijzen daar ook voorzichtig op. Ik hou erg van de actievere vertaling van de term “anatta” wat een van de drie essentiele aspecten van leven is, namelijk anatta, anicca en dukkha, zelfloosheid, vergankelijkheid en lijden. Anatta wordt dus meestal vertaald als zelfloosheid maar sommige vertalers noemen het Non-selfing of, nog mooier, No-I-making. Het is actiever. Het sluit niet uit dat er ergernis, irritatie, “zelfmaken” ontstaan, maar de beoefening is dat te zien en het los te laten. We kunnen kennelijk niet leven zonder onszelf te zien als mens, als individu, ik, uniek en anders dan anderen, maar dat kunnen we ook weer laten gaan en in een flits bewegen van klein naar oneindig en die oneindige tijdloosheid als mijn kleinheid te manifesteren en uit te stralen. Zoals Roshi wel zei, grab and relinquish, grab and relinquish, and relinquish and relinquish. We kunnen zelfs the No-I-making loslaten, onze beoefeing loslaten en rusten in wat er maar is. Varanasi is een heftige stad. De toeters hier lijken luider dan elders, het leven opdringeriger dan elders, de dood nabijer dan elders. Lopen door de straten en stegen is overweldigend. Roshi vertelde me ooit dat in het Japans de term voor hel hetzelfde betekent als no space. Zo voelt het hier soms. De laatste middag in Varanasi heb ik met Dennis een wandeling over de ghats gemaakt. Op de Harishchandra ghat, één van de twee ghats waar de crematies plaats vinden, zijn we op een bankje gaan zitten en hebben leven en dood over ons heen laten komen. Het is zo dicht bijeen. Brandende lichamen en vliegerende kinderen. Zingende families (alleen de mannen natuurlijk) die om een stapel hout lopen en die vervolgens in brand steken. Schreeuwende mannen die elkaar uitfoeteren als er iets in het ritueel niet gaat zoals het hoort. De brede rivier ervoor en de onbegrensde hemel vol rook en stof er boven. Op weg naar de Yogaschool waar we logeren kocht Dennis een stel vliegers om op te laten en weg te geven. Gillende, lachende jochies. Brandende lijken.

 

Sarnath

Als we het hebben over space and no space is Sarnath een prachtige illustratie. De rit van Varanasi naar Sarnath (ongeveer 10 km) is een avantuur opzich. De stad Varanasi en de bewoners, die zich Banarasi noemen (naar Banaras of Benares, een oudere naam van Varanasi) hebben de reputatie net even heftiger, ontvlambaarder te zijn dan de meeste andere steden en hun bewoners in India. Het verkeer in Varanasi is dus ook net even gekker en hectischer dan elders en dat wil best wat zeggen. Het is de buiten-categorie. De rit naar Sarnath is dus een belevenis en voorin zitten in een taxi is niet zondermeer een voorrecht. Want waar we in Nederland heel soms op de centimeter nauwkeurig rijden, hier rijden taxichaufeurs hier altijd en met zijn allen op de micrometer. Wie iets wil ervaren van doodsverachting nodig ik van harte uit voor een taxi rit in Varanasi met een Banarasi chaufeur. We overleefden gelukkig en kwamen heelhuids in Sarnath aan. Daar werden we onmiddellijk bij uittstappen overlopen door “tour guides (come I show you everything)”, straatverkopers (I make you special price), en bedelaars die niets zeggen maar wel op mijn buik of arm kloppen met hun ene hand en met de andere op hun mond wijzen in het universele gebaar van honger. Probeer daarin maar eens je rust te bewaren. De tour guides en straatverkopers kan ik inmiddels deskundig negeren maar met bedelende kinderen lukt me dat lang niet altijd. Als ik er een wat geef doe ik dat meestal een beetje in het geniep want anders heb ik hier echt geen ruimte meer. En toen liepen we ineens zomaar het park binnen. The Deer Park in Sarnath, waar naar de traditie zegt, de Boeddha zijn eerste lessen gaf aan zijn vijf oude makkers die hem achterlieten in Bodhgaya omdat ze dachten dat hij de weg van beoefening en ontheching had verlaten. We liepen zo uit de hectiek de stilte en sereniteit binnen. Want het park is een oase. Groen, schoon, stil en ruim. Zelfs een grote groep Vietnamese monnikken en leken die rondliepen en een sutra dienst deden op het gras bij de stupa verstoorden de rust niet. Eerder was het alsof ze de stilte dieper maakten. Het gezang accentueerde de rust en weerspiegelde hun beoefening en devotie op een prachtige manier. Ik vermoed dat nagenoeg iedereen die het park binnenkomt wordt aangeraakt door de rust, de ruimte van de plek en dat raakt iets diep in me. Het ontroert me om mijn eigen ruimte en stilte zo te ervaren, en te delen met al die anderen uit een andere cultuur en een ander continent. De ruimte verbindt. Mijn innerlijke stilte, het woordeloze, oneindige is de woordeloze stille oneidigheid in iedereeen en in Sarnath in het deer park is dat diep voel- en ervaarbaar. Wij, Helen, Jeroen en ik, hebben op het gras bij de stupa in Sarnath een korte ceremonie gedaan (Kanzeon Sutra en Sho Sai Myo Kitchijo Dharani) voor Catherine, Roshi’s ooudste vriendin en de moeder van Roshi’s petekind en Dana-Sangha lid Nicolas. Catherine is eergisteren onverwacht vroeg overleden aan een hersentumor. Daarna hebben we gekeken en gezeten in de rust van Sarnath, dankbaar voor de oorspronkelijke leraar en de lijn van al die mensen die de ingang naar deze ruimte doorgaven van generatie op generatie tot vandaag aan ons. In feite toont Sarnath me zo rechtstreeks een van de belangrijkste elementen van onze beoefening. Hoe vind ik in mijn dagelijkse maalstroom van dingen, in die eindeloze stoet van mijn innerlijke tour-guides (I know, we go?), straatverkopers (I have, you want, special price?), en bedelaars (I am poor and in need, you give?) die steeds aandacht trekken en elkaar proberen te overschreeuwen, hoe herinner ik me temidden daarvan de toegang tot mijn deer park, mijn woordeloze eindeloze stille ruimte die niet van mij is? Wat ik ook dit keer weer opmerkte was dat de manier waarop ik na mijn bezoek aan innerlijk en extern Sarnath de guides, verkopers en bedelaars te gemoet trad, anders was dan daarvoor. Net even opener, warmer, geduldiger. I love Sarnath, wherever it is.

Beperkte opening zendo oktober

De zendo zal beperkt open zijn van 17 september tot 23 oktober. 
Alleen op de maandagen 17 september, 24 september, 1 oktober, 8 oktober, 15 oktober en 22 oktober is de zendo open van 20 tot 22 uur voor wie wil mediteren in stilte. In de week van 26 oktober tot 2 november zijn we op sesshin in Holten en is de zendo geheel gesloten. Vanaf maandag 5 november is het schema weer normaal.

 
Zen Heart Sangha